Volg ons op Facebook

Begeleiding

Techniek / Hoe kan ik zelf een pees maken?

  1. Pees Spangereedschap
    Ongeacht welke materialen voor de boogpees wordt gekozen, voor het maken van een boogpees heb je spangereedschap nodig om de eindeloze lus te maken. 

  2. Materiaal
    Er is een grote verscheidenheid aan materialen beschikbaar. Net zo goed als het basismateriaal voor de pees heb je hulpgereedschap nodig en/of hulpmiddelen zoals was, lijm enzovoort.

    Als je dat alles heb verzameld kun je beginnen met het maken van de pees. Eerst moet je de lengte, van de pees die je wil maken, bepalen. Als je al een pees met de juiste lengte hebt, gebruik die dan als voorbeeld. Draai de oude pees uit elkaar zodat een eindeloze lus krijgt en plaats deze op het spanapparaat. Stel het apparaat af en zorg daarbij dat de draden goed onder spanning staan.

    Draai de klosjes van het spanapparaat zo dat de houten pinnen in het verlengde van elkaar staan. Stel de afstand zo in dat het voorbeeld (de oude pees) op de buitenste pinnen strak gespannen staat. Als je niet over een oude pees beschikt, meet dan de lengte aan de achterkant van de ongespannen boog van tip tot tip. Volg daarbij de rondingen van de boog. Trek van de gemeten lengte 90mm af en je hebt bij benadering de lengte van de te maken pees. Voor pezen van ‘Dracon’ is dit tevens de lengte van de te maken pees. Bij voorgerekt materiaal zal de rek minder zijn maar evengoed zal de pees rekken als deze in gebruik wordt genomen. Voor materialen zonder rek dient de afstand met 10mm groter afgesteld te worden en kan de pees na afloop ingedraaid worden.

    Als je het spanapparaat ingesteld hebt, draai je de twee klosjes zo dat deze haaks op het spanlichaam staan. Maak een kleine lus in het einde van het garen en haak deze over de houten pen nr. 2 (zie onderstaande figuur). Begin met het winden van de pees rond de houten pinnen. Eerst naar pin nr. 1 (linksom volgens de pijlen) en zo rondgaand om het spanapparaat. Let er op dat je het garen steeds onder dezelfde spanning houdt en ook het klosje waarop het garen zit zodat tijdens het winden het garen niet uiteen draait en in elkaar draait. Draai het aantal keren tot de helft van het aantal draden dat je in de pees wil hebben. Bijvoorbeeld voor 20 draden moet je 10 omwentelingen maken. Als je de nodige draden hebt bereikt, bind je aan het eind van het garen vast aan de houten pin nr. 1 en houdt daarbij de laatste draad onder dezelfde spanning als alle andere strengen.

    Draai de vleugelmoeren iets los en wiebel met de klosjes waarbij je de draden zo strak mogelijk onder spanning houdt. Op de wijze krijgen de draden de gelegenheid om dezelfde spanning aan te nemen. Als alle draden een gelijke spanning hebben, kun je de moeren weer vastzetten. Je bent nu zover dat je de draden met garen kan omwinden voor het maken van de eindlussen (zie onderstaande figuur).

  3.  Begin winding
    Om te beginnen wordt voldoende windgaren op een klosje gewonden. Maak een open lus richting houten pin nr. 2. Neem het losse eind van het garen en begin op ongeveer 10-12mm vanaf het merkteken het garen strak om de pees te winden richting pin nr. 2. Bij het merkteken steek je het losse eind door de lus en trek de lus dicht, strak tegen de winding aan. Het losse eind wordt zo geborgd tegen loskomen. Ga met het garen op het klosje door met de winding richting punt 1.

    Het losse eind kan laster met een scherp mes zo dicht mogelijk bij de winding afgesneden worden. Voor de zekerheid, tegen het ongewild los komen, kun je nog een druppel lijm aanbrengen. 

  4. Eind winding
    De winding wordt beëindigd op dezelfde manier als is begonnen. Op ongeveer 10-12mm voor het merkteken bij pin 1 zet je de laatste draaiing vast (plakband of druppeltje lijm) => B. Zie onderstaande figuur. Maak een vrij grote lus (groot genoeg om het klosje door te kunnen steken)* en begin op 10-12mm rechts van het merkteken =>C. vanaf pin 1 terug te winden richting pin 2 tot je het merkteken hebt bereikt. Pak nu het garen bij punt B (de lus) weer op en ga door met het opwinden van het garen richting pin 1.

    Gelijkertijd met deze beweging wordt de winding vanaf C afgewonden. Ga door tot er geen windingen meer gemaakt kunnen worden en je alleen een lus overhoudt. Situatie E. Trek nu de lus strak tegen het windsel aan en borg dit met een druppeltje lijm.

    Het losse eind kan dan, zo dicht mogelijk bij de winding, met een scherp mes afgesneden worden. Een schaar laat te veel garen uitsteken (1-2mm). Een andere manier is het garen op 1-2cm vanaf de winding af te snijden en het eindje weg te smelten met een vlam. Maar denk er aan dat je de vlam tijdig dooft met een natgemaakte vinger omdat anders het garen te ver doorbrand en de winding beschadigd wordt. 

  5. Winding voor de lus
    Neem de maat van de top van de werparm om vast te stellen hoe groot de lus moet zijn. Vergeet vooral niet dat de bovenste lus groter moet zijn om deze over de werparm te kunnen schuiven voor het spannen van de boog. Maar maak deze lus ook niet te groot zodat tijdens het schieten de lus niet uit zichzelf van de top los komt en de boog ontspant. De onderste lus is in het algemeen kleiner en hoeft dan niet over de werparm te kunnen schuiven.

    *Om te voorkomen dat de lus in de war of in de knoop raakt, houdt de lus op afstand en zet deze vast met plakband of een speld.

    Breng de merktekens A en B samen en maak een winding vanaf het merkteken tot de gewenste lengte over de pees. Begin en eindig zoals boven omschreven. Zo worden beide delen van de pees samengebracht en vastgezet.

    Er behoren geen knopen gebruikt te worden. Knopen blijven altijd zichtbaar. Ook behoren de losse einden niet in de winding getrokken te worden. Dit veroorzaakt oneffenheden waardoor, bij een ongespannen boog, deze druk uitoefenen op de werparm met de kans dat de arm licht verdraaid.

    Draai nu de klosjes met de houten pinnen in het verlengde van elkaar, zoals hieronder is aangegeven.

    De winding kan nu afgerond worden door de hiervoor beschreven werkwijze te volgen en zo het eerste einde van de pees te realiseren. Zie onderstaande figuur.

    Dezelfde werkwijze wordt nu toegepast voor de tweede lus. Als beide lussen zijn gemaakt, zorg er dan voor dat de pees goed in de was wordt gezet. Span de pees op de boog voor het vaststellen van de peesafstand. Ontspan de boog en breng het gewenste aantal draaiingen in de pees aan om de juiste peesafstand in te stellen. Als de juiste peesafstand niet te realiseren is, dan zal een andere pees gemaakt moeten worden waarbij de opgedane kennis van pas komt bij het bepalen van de juiste lengte van de nieuwe te maken pees.

    Met de pees op de boog kan de middenwinding (centre serving) worden gemaakt. Bepaal de plaats van het nokpunt (de plaats waar de pijl wordt bevestigd) en wind vanaf 40mm boven dat punt naar 75mm er onder.

    NB. Zorg dat de pees het juiste aantal draaiingen heeft alvorens de middenwinding wordt aangebracht, zo ben je er zeker van dat de draaiingen gelijkmatig/evenredig verdeeld zijn over de volle lengte van de pees.

    Een te lange middenwinding zal gewicht aan de pees toevoegen. Hierdoor zal de pijl bij het lossen minder snelheid hebben en zo een kortere afstand overbruggen, tenzij dit puur voor de stabiliteit van de pees gewenst is. 

  6. Het nokpunt
    Het nokpunt (nok => pijlinkeping en derhalve plaats bevestiging pijl op pees) kan nu bepaald worden, door gebruik te maken van de hiervoor beschreven pees al voorbeeld. Als de nokpunthoogte onbekend is, begin dan tussen 3-10mm boven de horizontale stand van de pijl (zie onderstaande figuur) en stel dan het punt van de pees vast. Maak met windselgaren een knoop (tand flos garen is algemeen goed te gebruiken) boven en onder het nokpunt. Sommige boogschutters gebruiken één nokpunt en wel boven de pijl. Gebruik een superlijm (cyano-acrylate) om de knopen stevigheid te geven en te borgen op de pees.

    De knopen kunnen ok gemaakt worden van afplakband, eveneens gedrenkt in de superlijm. Andere mogelijkheden zijn metalen of plastic ringetjes. Veel boogschutters gebruiken plastic knopen van Beiter. In het begin zijn deze knopen wel lastig aan te brengen maar oefening baart kunst.

    Beiter knopen: De knoop is gemaakt van twee aan elkaar gelijke helften, die op de middenwinding bevestigd moeten worden. Het vraagt enige nauwkeurigheid om de pinnetjes en gaatjes goed tegen over elkaar te zetten. De volgende gereedschappen heb je daarbij nodig: Hulpgereedschap en windselgaren, Beiter knopen, meetlint, markeerstift.

    Volg de instructues van Beiter voor montage van de knopen en windsels. Zie voor tekst, uitleg en afbeeldingen op de website van Beiter

    Belangrijk: Gebruik een geschikt, niet te stijf, windselgaren. Het windsel, waar de knoop op aan gebracht wordt, moet strak om de pees gewonden worden. Niet zo strak dat de pees daar stijf is. Het nokpunt is het enige buigzame punt in de pees, een te stijven middenwinding zal daarvoor ter hoogte van het nokpunt barsten. Als deze plaats na een paar keer schieten barst, dan is dat een teken dat het verkeerde windselgaren is gebruikt of de windingen te strak om de pees zijn gewonden. 

  7. Windgarens
    Monofilament: Een transparant nylon garen, het lijkt op vissnoerdraad. Wordt gebruikt voor middenwindsel op een pees van Dracon. Nooit gebruiken voor de windsels van de eindlussen. Na afloop wordt het windsel licht verhit om het beter te vormen. Veel gebruikt door Barebow-schutters als hulp bij het tellen van het aantal tornen om de vingers op de verschillende afstanden op de pees te plaatsen.

    Soft Twist: Kan gebruikt worden in combinatie met alle materialen voor de pees en voor alle windsels.

    Angel: Erg duur, wordt van beweerd dat het onslijtbaar is. 

Contactgegevens

Boomgaardstraat 22 bus 24
2600 Berchem
Belgie

Tel 03/286.07.79
Fax 03/286.58.17

© Handboogliga 2012 - 2014

Disclaimer
Beheer

Website by Brainlane